Het Parool, opinie, 12 december 2007:
Vorige maand publiceerde de gemeente Amsterdam de tiende Amsterdamse armoedemonitor. Wat vooral opvalt uit de cijfers, behalve een lichte daling van het aantal armere huishoudens, is de forse stijging van het aantal werkende armen.
Het aantal arme huishoudens met een ‘andere inkomstenbron’ - geen bijstand en geen AOW – is gestegen van 17.390 in 2003 tot 25.325 in 2006, dat is een op de drie van alle armere huishoudens. Het lijkt erop dat de groei van werkende armen een trend is die zal doorzetten, alleen al omdat men in de Amsterdamse armoedemonitor aangeeft deze groep “nog niet goed in beeld te hebben”.
Wat doet de gemeente om deze minima huishoudens hogerop te helpen? Aan de ene kant verschaft zij natuurlijk allerlei soorten bijstand en kortingen: het armoedebeleid. Aan de andere kant creëert zij economische mogelijkheden. De stokpaardjes van de Amsterdamse economie, de Zuidas en Schiphol, zijn de banenmachines waarmee Amsterdammers in de komende jaren aan het werk moeten worden geholpen. Dit is dan ook de reden waarom de gemeente in deze sectoren veel publiek geld investeert. De gemeente heeft 25% van de aandelen van Schiphol in handen, en investeert vele honderden miljoenen in de Zuidas.
De realiteit echter is dat daar waar het grote geld wordt verdiend - de Zuidas en Schiphol zijn de twee duurste kantoorlocaties in Nederland – men bijna al het lagergeschoolde werk uitbesteedt: schoonmakers, beveiligers, cateraars. Het is de gangbare praktijk van het beheer van kantoorgebouwen diensten in te kopen tegen de laagst mogelijke prijs. De gevolgen voor werknemers zijn daarnaar: zo verdienen schoonmakers meestal niet meer dan 9 euro bruto en aangezien velen flexibel en parttime worden ingezet vallen grote groepen schoonmakers onder de werkende armen.
Terwijl de gemeente met de ene hand mensen uit de armoede probeert te halen, genereert de andere hand een gepolariseerde arbeidsmarkt die juist armoede creëert. Hiermee wordt het sociaal beleid in Amsterdam steeds meer een verkapte subsidie aan werkgevers om ondermaatse lonen uit te betalen. We bepleiten dat in Amsterdam, net zoals in London en New York, sociale voorwaarden worden verbonden aan de investeringen die de stad doet in de economie. Het is toch niet teveel gevraagd aan de rijkste bedrijven in Nederland ervoor te zorgen dat hun uitbestede werknemers een leefbaar loon krijgen?
Nu is onlangs een campagne in de schoonmaaksector van start gegaan: ‘Schoonmakers voor een betere toekomst’. Zowel op de Zuidas als op Schiphol zijn schoonmakers langs gegaan bij bedrijven die via onderaannemers de schoonmaak goedkoop inkopen. De bedrijven werden gevraagd bij uitbesteding zorg te dragen voor goede arbeidsvoorwaarden. Het zou de gemeente sieren als zij ook haar gewicht in de schaal legt.
De bovenstaande oproep verscheen 12 december 2007 in het Parool en is ondertekend door Merijn Oudenampsen (politicoloog), Remine Alberts (SP Amsterdam), Marco de Goede (GroenLinks Amsterdam), Nuri Karabulut (Turkse organisatie DIDF), Evelyn Schwarz (Protestantse Diaconie Amsterdam), Mustafa Ayranci (Turkse organisatie HTIB) en Hassan Ayi (Marokkaanse organisatie KMAA)

